De nepexcuses van Eurlings zijn verwoestend voor zijn reputatie

Nog niet zo heel lang geleden was Camiel Eurlings de kroonprins van de gezinspartij, het CDA. Later werd hij minister van Verkeer & Waterstaat, topman van KLM en bestuurslid van het Internationaal Olympisch Comité.

In 2015 heeft zich een incident voorgedaan: een ‘handgemeen’ met zijn ex-vriendin Tessa Rolink in de privésfeer leidde tot commotie. Eurlings trok in NRC Handelsblad het boetekleed aan naar aanleiding van alle verdachtmakingen, maar het effect is averechts: zijn reputatie lijkt aan gruzelementen.

Nederland heeft tweeëneenhalf jaar mogen wachten op deze verklaring nadat het incident heeft plaatsgevonden. Too little, too late natuurlijk, maar er zijn meer lessen vanuit reputatieperspectief. De belangrijkste vijf op een rij:

1. Nepexcuses schaden je reputatie

De biecht van Eurlings is geen biecht, zijn boetekleed is van plastic. Excuses voor een wederzijds handgemeen, dat is geen spijtbetuiging maar een beschuldiging. Niet voor niets komen op twitter hashtags voorbij als #witwasactie, #nepexcuses, #eurlingsgate en #vrouwenmepper. Eurlings betuigt spijt om zijn huid te redden, niet omdat hij zich schuldig voelt. Zijn verklaring voelt vooral als wanhoopsdaad.

2. Het verhaal moet wel deugen

In NRC Handelsblad zet Eurlings vrouwenmishandeling weg als ‘wederzijds handgemeen’, van taakstraf ‘maatschappelijk werk’ en van een schikking met het OM een ‘buitenrechtelijke oplossing’. Het zijn geen understatements, maar een mislukte poging tot framing. Daarnaast gebruikt Eurlings geen gewonemensentaal. Hij brengt ‘publiekelijke excuses’ uit. Om het over de uitspraak ‘ik moet va banque in de spiegel kijken’ nog maar niet te hebben.

3. Een leider die gaat voor eigenbelang verliest

Van een bestuurder wordt voorbeeldgedrag verwacht: zeggen wat je doet en doen wat je zegt. In deze tijd van transparantie is het persoonlijke immers ook publiek: vreemd dat Eurlings dit als doorgewinterd policitus niet goed heeft ingeschat. Uit het optreden van Eurlings blijkt dat hij zijn persoonlijk belang (het hebben van zijn functie) stelt boven de geloofwaardigheid van de sport en de sportbonden. Saillant is het gegeven dat NOC*NSF de Limburgse jeune premier niet kan ontslaan, omdat hij als IOC-lid is toegevoegd aan het bestuur.

4. De vent is de tent, het wijf is het bedrijf

Als leider ben je de personificatie van de waarden van je organisatie. Sta je aan het hoofd van een sportbond, verwacht men eerst en vooral sportief gedrag van je. Niet alleen fair play, maar meer dan dat – omdat nota bene NOC*NSF strijdt tegen vrouwenmisbruik in de sportwereld. Eurlings vindt zijn privileges belangrijker dan principes.

5. Het gaat niet om argumenten, maar om sentimenten

Eurlings heeft steeds betoogd dat de feiten niet worden gerespecteerd. Het Openbaar Ministerie heeft schikking aangeboden zonder vaststelling van schuld. Er is geen rechter en geen veroordeling geweest in deze zaak. Maar in de publieke opinie, en op social media in het bijzonder, is hij breed veroordeeld. In de publieke opinie doet nuance er niet toe, of je gelijk hebt of niet. Ook de verklaring van zijn advocaat, Gert-Jan Knoops, heeft averechts gewerkt. Je hoeft geen jurist te zijn om te begrijpen dat je met je handen van ieder ander afblijft. Vreemd dat hier in NRC Handelsblad geen vraag over werd gesteld.

Het is simpel. Je blijft met je poten van een ander af. Eurlings had al direct, in 2015 verantwoordelijkheid moeten nemen en zijn functie ter beschikking moeten stellen, met één simpel argument: als je de schijn tegen hebt, is je functioneren niet meer mogelijk.

Deze blog verscheen eerder op CommunicatieOnline. Foto: ANP/EPA