Over de krampachtige worsteling van farmabedrijven met hún verhaal

Wie ziek is, wil het liefst zo snel mogelijk beter worden. Gelukkig zijn er voor vele aandoeningen effectieve oplossingen beschikbaar in de vorm van medicijnen. Hierdoor zijn aandoeningen zoals bijvoorbeeld aids en bepaalde vormen van kanker tegenwoordig niet meer levensbedreigend, maar als chronische aandoening min of meer onder controle. Dit zijn fantastische prestaties van medisch wetenschappelijk onderzoek dat veelal door de farmaceutische industrie geïnitieerd is, overigens dikwijls in samenwerking met Universitair Medische Centra.

Mooie gezondheidsoplossingen pakken we als maatschappij graag met beide handen aan. We willen uiteraard dat medicijnen superveilig zijn en liefst helemaal geen bijwerkingen hebben. Daarom worden nieuwe medicijnen ook uitvoerig getest. In laboratoria, met computers, helaas ook op dieren, en in grote klinische studies. En dit kost allemaal geld, heel veel geld. Effectiviteit en veiligheid heeft zo zijn prijs…

En dan hebben we het nog niet gehad over de potentiële medicijnen, die in dit proces de patiënt nooit zullen bereiken. Farmabedrijven doen regelmatig enorme investeringen in mogelijk nieuwe medicijnen, die op het allerlaatste moment omwille van veiligheid afvallen. Het zijn enorme kosten waarvoor geen enkele overheid even zal bijspringen. Dit geld wordt opgehoest door de private sector: investeerders die een gecalculeerd risico nemen om hun geld terug te verdienen. Liefst met winst natuurlijk. En daar begint het krampachtige verhaal.

Zo ook in Het Financieele Dagblad van 8 april: “Farmaconcern GSK stopt met bezoeken aan huisartsen”. Algemeen directeur Daan Gijbels laat optekenen “In de hele maatschappij is een negatieve houding merkbaar ten opzichte van de farmaceutische industrie. Daardoor waren artsenbezoekers niet meer effectief”. Jammer genoeg gaat hij in het artikel niet in op de vraag hoe dit heeft kunnen ontstaan. Laat ik helpen met drie adviespunten:

  1. Gijbels heeft het in het artikel over informatie aan huisartsen. Deze informatie wordt (of binnenkort: werd) gegeven aan verwijzers door artsenbezoekers. De medewerkers werken in een farmaceutisch bedrijf op de afdeling “sales” (ze heten sales-force). Dat is breed bekend. Laten we er dan ook geen doekjes om winden: artsen krijgen informatie van verkopers. Net als bij de verkoop van een auto, hebben ook deze verkopers een duidelijk doel. Waarschijnlijk is het best goede informatie trouwens, maar wellicht wat eenzijdig ingekleurd. Farmabedrijven hebben minstens de schijn tegen dat de informatie niet helemaal objectief is. Dat is niet gek en hoef je dus niet te ontkennen.
  2. Gijbels stelt in het FD artikel dat GSK in het verleden weliswaar “affaires heeft gehad” (…), maar dat ze “daar harde lessen uit getrokken hebben. Het probleem is”, zo stelt Gijbels, “dat als er een farmaceut de fout in gaat de hele industrie daar last van heeft. En dat is niet terecht”. Oei! Hier lijkt de boot gemist te worden die sectorreputatie heet: het imago dat je als sector hebt in de maatschappij. Het is een feit dat sectorreputatie gemaakt wordt door de bedrijven uit een sector gezamenlijk. En ja, de goeden lijden hierbij onder de kwaden… Dit geldt voor autofabrikanten die iets te creatief omgaan met hun software, voor banken die een rol spelen in het witwassen van geld en ja, ook voor de farmaceutische industrie. En bovendien poets je fouten uit het verleden niet zomaar weg: herstel van vertrouwen kost gewoon tijd. Er is dus werk aan de winkel voor de vereniging van innovatieve geneesmiddelen in samenwerking met de individuele farmabedrijven:
    • Erken om te beginnen wat er niet goed is gegaan.
    • Ga samen bouwen aan het goede verhaal van de sector.
    • Laat structureel zien dat je wel de juiste dingen doet. Neem een voorbeeld aan de firma Roche die de Roche Dialogues organiseert: een mooi interactief en gelijkwaardig debat van deze farmaceut met zijn belangrijkste stakeholders.
  3. De derde tip is meer praktisch van aard. Een beeld zegt immers meer dan 1000 woorden. Laat je als farma-topman voortaan niet meer fotograferen in een donkere (lees: schimmige) nis, met de handen in je zakken. Dat is niet passend bij het actieve en transparante beeld dat je als farmasector uit wil stralen.